Voorarrest

Na het verstrijken van de (verlengde) in verzekeringstelling dient de politie u in vrijheid te stellen of dient u voor de zogenaamde onderzoeksrechter (rechter commissaris) gebracht te worden. Justitie kan de rechter verzoeken om u in bewaring te stellen voor de duur van twee weken. Indien de rechter dit verzoek toewijst zult u worden overgebracht naar een Huis van Bewaring.

De rechter zal pas een beslissing nemen nadat hij het voorlopige dossier heeft gelezen en de inhoud daarvan met u heeft besproken. Dit gebeurt bij een zogenaamde voorgeleiding op de rechtbank. Tijdens deze voorgeleiding heeft u eveneens recht op bijstand van een advocaat. Juist omdat de Officier van Justitie bij een voorgeleiding het dossier moet afgeven waaruit blijkt welke vermoedens justitie heeft en welk bewijs zij hiervoor hebben verzameld, is het belangrijk dat u wordt bijgestaan door een gespecialiseerd strafrecht advocaat.

De advocaat kan het voorlopige strafdossier met u bespreken en namens u juridisch verweer voeren tegen de strafrechtelijke vermoedens en concluderen tot afwijzing van het verzoek tot inbewaringstelling zodat u in vrijheid wordt gesteld.

Ook kan de advocaat de onderzoekrechter verzoeken om u, ondanks de sterke verdenking van een strafbaar feit, toch in vrijheid te stellen (schorsen) onder nader overeen te komen voorwaarden.

Na afloop van de termijn van twee weken van de inbewaringstelling kan de Officier van Justitie aan de Raadkamer van de Rechtbank verzoeken om u voor een termijn van 30, 60 of 90 dagen langer vast te houden. Drie rechters zullen steeds bekijken of zij hiertoe noodzaak zien. Ook bij de behandeling van deze raadkamers kunt u zich laten bijstaan door een advocaat.