Strafbeschikking

Tot voor kort kon alleen de rechter straffen opleggen, maar inmiddels is ook de Officier van Justitie bevoegd straffen uit te delen in de vorm van strafbeschikkingen. Vaak wordt in een strafbeschikking een straf vastgelegd, welke straf u kunt accepteren om verdere vervolging bij de strafrechter te voorkomen.

Het gaat daarbij met name om een taakstraf van maximaal 180 uren, een geldboete, terugbetaling van wederrechtelijk verkregen voordeel (gemaakte winst met het plegen van strafbare feiten) of een rij-ontzegging. De Officier van Justitie kan de straffen niet in een voorwaardelijke vorm opleggen. Als de Officier van justitie een strafbeschikking wil opleggen, is dat alleen mogelijk als u vooraf wordt gehoord en bereid bent de straf te aanvaarden. Bij dat verhoor heeft u recht op een advocaat.

In enkele gevallen wordt de strafbeschikking aan u opgelegd zonder dat u als verdachte vooraf wordt gehoord. U ontvangt dan de strafbeschikking gewoon per post op uw adres. Tegen deze strafbeschikking kunt u dan binnen veertien dagen na ontvangst van de strafbeschikking verzet instellen. In dat geval wordt de zaak beoordeeld door de Strafrechter.

Het is vaak loont vaak de moeite om door een advocaat te laten onderzoeken of verzet moet worden gedaan. Dat is in het bijzonder aan de orde als u het strafbare feit (geheel of ten dele) ontkent of als de opgelegde straf voor u nadelige gevolgen heeft. In het laatste geval kan worden gedacht aan ontslag of aan de onmogelijkheid om een Verklaring omtrent het Gedrag te krijgen.

Door het accepteren van een strafbeschikking wordt een strafvervolging en mogelijke veroordeling door een strafrechter weliswaar voorkomen, maar u kunt zich door het accepteren van de strafbeschikking ook verplichten tot het betalen van een geldboete of het volbrengen van een taakstraf, terwijl er onvoldoende bewijs tegen u ligt. Indien u de strafbeschikking in die gevallen niet accepteert is het aan Justitie om een eventuele strafvervolging door te zetten of de zaak tegen u te seponeren. Bij een gebrek aan bewijs zal een later oordelende strafrechter u vrij spreken.

Om die reden wordt door ons altijd geadviseerd om een advocaat te raadplegen omtrent de (inhoud) van de strafbeschikking.